Eric van den Bogaard, Nick Boersma en Madieke Linckens
Eric van den Bogaard, Nick Boersma en Madieke Linckens
Eric van den Bogaard, Nick Boersma en Madieke Linckens
Eric van den Bogaard, Nick Boersma en Madieke Linckens
Een veilige samenleving begint bij het risicobewustzijn van de inwoners. Daarom zijn er in Nederland vier Risk Factories. Met nog drie initiatieven in opbouw worden de eerste contouren van een landelijk dekkend netwerk zichtbaar. Wat hebben Risk Factories te bieden? Een interview met Madieke Linckens van Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant, Nick Boersma van Veiligheidsregio Limburg-Noord en Eric van den Bogaard van de provincie Noord-Brabant.
Je kunt hem niet missen, de Risk Factory op het bedrijventerrein van het Brabantse Geertruidenberg langs de oevers van het riviertje de Donge. Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant nam hier in 2022 de voormalige Dongecentrale in gebruik om er een Risk Factory in te vestigen. Het industriële erfgoedicoon ademt van buiten nog de robuuste uitstraling uit de tijd dat het als energiecentrale in gebruik was. Aan de binnenzijde heeft de immense hal, die ooit was gevuld met stoomketels en generatoren, een ware transformatie ondergaan. In samenwerking met partners van overheid en bedrijfsleven bouwde de veiligheidsregio hier een samenleving in het klein na, met een breed spectrum van alledaagse woon- en leefsituaties waarin risico’s en gevaren verstopt zitten. Bijna dagelijks zijn er schoolklassen en senioren te vinden, die groepsgewijs onder leiding van vrijwilligers allerlei leerzame scenario’s beleven, zoals brandgevaar in huis, gevaarlijke verkeerssituaties, criminaliteit en online gevaren.
Uit onderzoek blijkt dat een actieve belevingsvorm een hoog leerrendement heeft
De locatie in Geertruidenberg is de derde loot aan de groeiende Risk Factory-boom in Nederland. De Risk Factory in Twente op de voormalige vliegbasis bij Enschede, was in 2013 de eerste die haar deuren opende. Het doel: preventie gericht op jongeren in een creatief en speels nieuw jasje te gieten. Het bleek een zeer effectieve vorm van kennisoverdracht te zijn om de jeugd risico- en veiligheidsbewust te maken. In 2019 opende in Venlo (veiligheidsregio Limburg-Noord) de tweede Risk Factory en vijf jaar geleden kreeg ook het bestuur van Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant met hulp en steun van de provincie en andere partners, zoals de GGD, Politie, RAV, het waterschap en Interpolis, de handen op elkaar voor het initiatief in Geertruidenberg.
Hoog leerrendement
“Het oorspronkelijke concept Risk Factory was sterk gericht op fysieke veiligheidsrisico’s, maar inmiddels is het model doorontwikkeld naar een belevingscentrum voor veiligheids- en gezondheidsthema’s in bredere zin”, vertelt Madieke Linckens, afdelingshoofd risicobeheersing en Risk Factory bij Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant. “Onze hoofddoelgroep wordt gevormd door kinderen in de leeftijdscategorie basisschool groep 8. Die groep blijkt heel toegankelijk voor deze vorm van belevingsgericht leren; ze pakken zaken snel op, leren gemakkelijk en dragen die kennis thuis ook weer over op hun ouders.
De Risk Factory is bedoeld voor schoolklassen én senioren
Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt ook dat een actieve belevingsvorm zoals we dat in de Risk factories doen een hoog leerrendement heeft. Door actief bezig te zijn, kinderen mee te nemen ín de scenario’s en ze zelf actie te laten ondernemen, beklijft de kennis veel beter dan bij leren uit boekjes of door verhalen. En dat leerrendement strekt zich ook uit over langere termijn, want de jongeren van nu zijn de volwassenen van de toekomst. Dus door jong kennis op te doen over veilig en gezond leven, werken we aan de weerbare generatie van de toekomst.”
Negen scenario’s
Madieke Linckens geeft een rondleiding in de hal, die oogt als een dorpsplein met gevels van woningen en andere gebouwen. Met enig rumoer beweegt een schoolklas zich onder leiding van vrijwilligers van het ene naar het andere scenario om uiteenlopende risico’s te leren herkennen. “Drie uur lang wordt de groep zo op een interactieve manier voorbereid op hoe ze het beste kunnen handelen”, legt Madieke uit. “In die tijd worden ze, na een korte introductiefilm, met negen risicoscenario’s geconfronteerd. Heel herkenbare situaties voor jongeren, zoals in het brandveiligheidshuis de tablet of smartphone die onder een kussen of op een dekbed aan de lader ligt, maar ook slechte bedrading of veel te veel apparaten op één verdeelstekker.”
Andere scenario’s hebben te maken met criminaliteit en kwetsbaarheid van jongeren op internet, situaties rondom pesten of online misbruik. In weer een andere belevingsruimte draait alles om persoonlijke hygiëne om je te wapenen tegen besmetting met virussen en bacteriën. Er is een 112-scenario, waarin jongeren leren wanneer en hoe ze het noodnummer moeten bellen en welke informatie belangrijk is. En ook waarom het belangrijk is het nummer niet te misbruiken uiteraard.
Financiële middelen
De Risk Factory oogt professioneel en strak georganiseerd, maar daar is wel het een en ander voor nodig. Financiële middelen en menskracht uiteraard, want voor niets gaat de zon op. In totaal 43 vrijwilligers, vaak oud-hulpverleners en zelfs enkele oud-medewerkers van de voormalige energiecentrale, vormen de medewerkerspool die de binnenkomende groepen begeleiden. En dat zijn niet alleen kinderen. Ook senioren komen in groepen op bezoek om hun risicobewustzijn en zelfredzaamheid te versterken. Zij krijgen bijvoorbeeld uitleg over brandveiligheid, maar ook over voor hen kenmerkende risico’s zoals valgevaar en de babbeltruc. De Risk Factories in Twente en Limburg Noord rekenen ook de tweede klas van het voortgezet onderwijs tot hun klandizie. Voor die groep zijn andere typen scenario’s ontwikkeld.
Provincie
In de Risk Factory in Geertruidenberg is de provincie Noord-Brabant een van de projectpartners in de realisatie en exploitatie. Eric van den Bogaard, teamleider veilig en weerbaar bestuur, vertelt waarom de provincie het initiatief ondersteunt: “De provincie neemt op een aantal beleidsterreinen een eigen rol in de aanpak van ondermijning en het vergroten van veiligheid en weerbaarheid. Er is zeer recent een geactualiseerde Brabantse norm ‘weerbare overheid’ uitgebracht, een handreiking aan gemeenten en de provincie zelf. Ook dragen we bij aan de inzet van extra ‘groene’ buitengewoon opsporingsambtenaren in het landelijk gebied en met een tool om risico’s van ondermijning op bedrijventerreinen goed in kaart te brengen.”
Als provincie met ruim 2,6 miljoen inwoners wil Noord-Brabant ook stimuleren dat burgers weerbaar, zelfredzaam en samenredzaam zijn. Dat gaat zowel over kleinschalige risico’s dichtbij huis, zoals gevaren van criminaliteit en valgevaar voor ouderen, als over grootschalige crisisscenario’s, zoals een black-out van 72 uur. Wat kunnen burgers dan zelf doen? Vanuit dat perspectief bezien zegt Eric een initiatief als de Risk Factory bijzonder waardevol te vinden.
Met het al gebleken succes van de Risk Factory in Geertruidenberg zijn de ogen volgens hem nu gericht op het oosten van de provincie voor een tweede Risk Factory. “Noord-Brabant is een grote provincie en om de reisafstanden voor bezoekers behapbaar te houden, is de Veiligheidsregio Brabant-Noord in een vergevorderd stadium om in het oosten een soortgelijke locatie op te zetten. Die kan voortbouwen op de kennis en ervaringen die al in Geertruidenberg, Venlo en Twente zijn opgedaan. Als provincie ondersteunen we ook dit traject in Brabant-Noord.”
Landelijke samenwerking
Met straks al zeven Risk Factories in Nederland, groeit rond dit belevingscentrum ook een landelijk netwerk, waarin de locaties kennis en ervaringen met elkaar delen. Voorzitter van het landelijk Risk Factory-overleg is Nick Boersma, tevens programmamanager voor de Risk Factory Limburg-Noord en voor de nog in ontwikkeling zijnde locatie in Zuid-Limburg.
“We werken als Risk Factories zoveel mogelijk samen, onder andere in de ontwikkeling en implementatie van scenario’s”, zegt hij. “Wat in de ene locatie al is bedacht en goed draait, hoeven we op een andere plek niet opnieuw uit te vinden. We hebben als gezamenlijke Risk Factories ook een eigen kwaliteitskader ontwikkeld, met eisen waaraan een scenario moet voldoen voor een zo groot mogelijk leereffect. Door deze kaders en scenario’s gezamenlijk te ontwikkelen, benutten we onze capaciteiten en financiële middelen optimaal.”
Plaatselijke situatie
Nick vult aan dat de mogelijkheden per locatie worden bepaald door de plaatselijke situatie, de behoeften en de beschikbare capaciteiten. Ook de scenario’s kunnen variatie vertonen. “Laaggelegen regio’s met veel water die kwetsbaar zijn voor hoogwater of overstroming, zullen bijvoorbeeld in samenwerking met waterschappen meer aandacht besteden aan scenario’s rond waterveiligheid dan hooggelegen gebieden zoals Drenthe en Twente. In regio’s met uitgestrekte natuurgebieden zal de aandacht voor natuurbrandgevaar groter zijn. Maar sommige scenario’s zijn generiek en landelijk bruikbaar, zoals de gevaren op de digitale snelweg en omgaan met een langdurige black-out. Dit laatste scenario is recent in Twente ontwikkeld. De andere Risk Factories hebben meegedacht met het oog op een latere implementatie. Zo bundelen we slim onze krachten.”
Verhogen weerbaarheid
Nick zegt dat als gevolg van de huidige grote aandacht voor weerbaarheid en samenredzaamheid in crisistijd de tijd meer dan ooit rijp is om het concept Risk Factory landelijk verder uit te rollen en ook de doelgroepen te verbreden. Maar in feite liepen de eerste Risk Factories volgens hem al vooruit op die ontwikkeling: “Al vanaf de opening van de allereerste locatie in Twente bleek dit concept in staat om inwoners op een heel creatieve en actieve manier aan te spreken op het nemen van eigen verantwoordelijkheid voor veiligheid en gezondheid, risico’s te herkennen en zichzelf weerbaar te maken tegen allerhande gevaren. Ik denk zeker dat het concept Risk Factory een belangrijke rol kan spelen in het verhogen van de maatschappelijke weerbaarheid.”
De Risk Factory is dus voor meerdere doelgroepen van meerwaarde, de gemene deler is vooralsnog het ontvangst van groep 8-leerlingen. Het concept slaat volgens Nick Boersma en Madieke Linckens juist in het onderwijs goed aan vanwege het integrale aanbod, de beleving en de aansluiting op de eigen programma’s rond burgerschapsdoelen. Nick: “In Limburg-Noord hebben we in deze doelgroep al een bereik van 90 procent en ieder jaar weer staan de nieuwe groepen 8 van de basisschool in de rij voor een bezoek. We zien dat de samenwerking tussen de Risk Factories steeds nauwer wordt en het netwerk zal de komende jaren fors groeien. Nog in ten minste acht andere veiligheidsregio’s zijn al soortgelijke projecten in onderzoek.”
Buddy
Madieke besluit: “We streven naar een veiligere en gezondere samenleving en hopen daarom dat er een Risk Factory in elke veiligheidsregio komt. Regio’s met interesse zijn altijd welkom om een van de bestaande Risk Factories te bezoeken. Mocht een veiligheidsregio besluiten om zelf ook een Risk Factory te openen, dan wordt een van de ervaren Risk Factories aan hen gekoppeld als buddy.”