Interview

Links: Lorena Joosten. Rechts: Janne Landsman

Links: Lorena Joosten. Rechts: Janne Landsman

Thijs Doorenbosch
Tekst:
Thijs Doorenbosch
Verwachte leestijd: 3 min

Stroomuitval Spanje en Portugal: wat kunnen we hier in Nederland van leren?

De stroomuitval in Spanje en Portugal biedt waardevolle lessen voor Nederland. Hoe kunnen we ons goed voorbereiden op een grootschalige crisis en welke rol spelen de overheid en burgers? Het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV) en de veiligheidsregio Kennemerland zochten het uit.

Sinds de Koude Oorlog is er in Nederland nog nooit zoveel aandacht geweest voor grootschalige crises of rampen als de afgelopen jaren. In Nederland is er weinig of geen ervaring met zo’n situatie. De grootschalige stroomuitval in heel Spanje en Portugal van afgelopen zomer is daarom een praktijkvoorbeeld waaruit veel te leren valt.

De stroomcrisis veroorzaakte een sterke ontregeling in het dagelijkse leven van de mensen

Deze stroomcrisis ontstond tijdens het middaguur en zorgde voor een sterke ontregeling van het dagelijks leven van mensen. Liften bleven hangen, trams, metro’s en treinen vielen stil tussen de stations en de communicatie was van het ene op het andere moment een probleem. Kort na de stroomuitval viel de internetverbinding via wifi weg; enkele uren later raakten ook de mobiele netwerken en het telefoonverkeer zwaar ontregeld.

Paniek bleef uit
Janne Landsman, onderzoeker bij het NIPV, en Lorena Joosten, beleidsadviseur crisisbeheersing bij Veiligheidsregio Kennemerland, hebben de afgelopen maanden met interviews, een enquête en bronnen- en documentonderzoek de gevolgen van de grootschalige stroomuitval in kaart gebracht. “Mensen gaven aan dat ze om zich heen weinig paniek hebben ervaren. Ze hebben zich wel zorgen gemaakt, minder over zichzelf, vooral over anderen”, vertelt Janne. “Van plundering is echt geen sprake geweest.” Op basis van die bevinding stelt ze dat crisisprofessionals zich niet te veel moeten richten op de aspecten paniek en plundering, in de eerste uren van een crisis. “Als je dat doet, moet je veel investeren in veiligheidsmaatregelen maar ook in capaciteit van de hulpdiensten en politie, terwijl de kans daarop in de eerste dagen waarschijnlijk heel erg klein is.” Janne geeft aan dat de aandacht beter kan liggen bij het faciliteren van burgerinitiatieven en het in kaart brengen en ondersteunen van mensen die minder zelfredzaam zijn.

De grote veerkracht en zelfredzaamheid van de bevolking is namelijk een tweede belangrijke constatering uit het onderzoek. “Je kunt dat als overheid versterken”, vertelt Lorena. “Dat gebeurt al met het advies om een noodpakket samen te stellen voor thuis, maar dat kan ook op buurtniveau gebeuren. Het is ook belangrijk dat mensen elkaar weten te vinden. Je moet dus als overheid die burgerinitiatieven faciliteren, maar niet overnemen.”

Noodsteunpunt als spil
Een van de initiatieven in dat kader is de ontwikkeling van een netwerk van noodsteunpunten. Daar kunnen burgers in de toekomst terecht voor informatie en hulp, maar mogelijk ook voor het opzetten en coördineren van burgerinitiatieven. De noodsteunpunten staan via overkoepelende coördinatiepunten met elkaar en met de veiligheidsregio’s in contact.

Vrijwilligers en zorgprofessionals kregen te maken met logistieke problemen, bijvoorbeeld door verkeersopstoppingen

De inzet van vrijwilligers, bijvoorbeeld op een steunpunt, maar ook de beschikbaarheid van hulpdiensten tijdens een stroomuitval, is een belangrijk aandachtspunt, zo blijkt uit de evaluatie. “Je hebt een vrijwilligersbestand, maar er komen uiteindelijk minder mensen opdagen dan je verwacht. Iedereen gaat toch eerst kijken hoe de veiligheidssituatie thuis is. Is er bijvoorbeeld kinderopvang te regelen of heeft een ouder familielid hulp nodig?” Vrijwilligers en zorgprofessionals krijgen ook te maken met logistieke problemen, bijvoorbeeld door verkeersopstoppingen, of doordat na een paar dagen de autobrandstof opraakt. De pompen van een tankstation werken namelijk op elektriciteit, dus die vallen bij een stroomstoring al snel stil. Een heel nieuw probleem is de elektrificatie van het wagenpark. Auto’s die rijden op fossiele brandstoffen kunnen met noodtanks nog wel enkele dagen vooruit, maar voldoende elektriciteit opslaan voor een auto is ondoenlijk.

Het werd steeds stiller op straat omdat mensen niet konden tanken. De pompen van tankstations werken namelijk op elektriciteit

In een crisissituatie is een goede en betrouwbare informatievoorziening essentieel, concluderen beide onderzoekers. In Spanje ging dat bijvoorbeeld verkeerd. Binnen een kwartier verklaarde de premier van de regio Andalusië dat alles erop wees dat een stroomstoring van deze omvang enkel het gevolg kan zijn van een cyberaanval. “In de eerste twee uur konden mensen nog via het mobiele internet communiceren en dan wordt zo’n verklaring snel opgepikt. Later viel het internet weg en dan ontstaat makkelijk een geruchtencircuit. Hoe minder informatie je hebt, hoe meer je zelf gaat creëren.”

Speculaties vermijden
De grote behoefte aan informatie bleek ook uit de run op oplaadpunten voor telefoons en laptops die het nog wel deden, bijvoorbeeld bij organisaties met noodstroomvoorzieningen zoals luchthavens. “Als er ergens een stopcontact was, stonden er mensen omheen.” Elke boodschap die ze in die fase ontvangen, krijgt veel gewicht, zeker als die afkomstig is van mensen met een bepaalde sociaal-maatschappelijke functie, zoals reisleiders of toeristeninformatiepunten.

Mensen trokken naar plekken waar nog wel stroom was

Hoewel deze Spaans-Portugese casus erg leerzaam kan zijn, kan de situatie in elk land weer verschillen, benadrukt Lorena. De inwoners van het Iberisch schiereiland zijn bijvoorbeeld meer gewend aan het uitvallen van publieke voorzieningen, zoals elektriciteit, en kijken daar dan ook minder van op. Ook ziet het zorgsysteem er anders uit dan in Nederland. “In Portugal bijvoorbeeld heb je veel meer apotheken per inwoner dan in Nederland. Die spelen een belangrijke rol bij het beantwoorden van gezondheidsvragen en het geruststellen van mensen.” De apotheken hebben daarin ook tijdens de stroomuitval waarschijnlijk belangrijk werk verricht in de informatievoorziening. Janne vult aan: “Het zijn daar de natuurlijke plekken om naartoe te gaan voor hulp. In Nederland is die rol van de apotheek veel beperkter.” Het stelsel van noodsteunpunten zou die rol in Nederland kunnen vervullen. Komend jaar worden binnen alle veiligheidsregio’s en in samenwerking met gemeenten de eerste proefprojecten voor de inrichting van coördinatie- en noodsteunpunten uitgevoerd.

Aandacht voor toeristen
Uit het onderzoek blijkt verder dat toeristen tijdens crises een bijzondere groep vormen. Waar Nederlandse inwoners wordt gevraagd een noodpakket in huis te hebben, kan van toeristen niet worden verwacht dat ze zo’n pakket meenemen op reis. Ook kunnen taalbarrières en beperkte kennis van de lokale omgeving en cultuur een extra probleem opleveren in de informatievoorziening. “Het is niet per se een kwetsbare groep, zoals ouderen of mensen met een slechte gezondheid, maar wel een groep waar je echt over moet nadenken in zo'n scenario.” Tegelijkertijd zijn toeristen op andere vlakken vaak wél goed voorbereid, bijvoorbeeld doordat ze vaak extra geld pinnen op de luchthaven voor een noodgeval en soms powerbanks bij zich hebben om hun telefoon op te kunnen laden.

Toeristen zijn niet per se een kwetsbare groep, maar denken vaak niet na over deze scenario's.

Komend jaar publiceren Janne Landsman en Lorena Joosten een tweede onderzoeksrapport. Daarin staan de ervaringen met grootschalige stroomuitval in Nederland centraal. Janne: “Zijn we voldoende voorbereid als zich in Nederland een situatie voordoet zoals in Spanje en Portugal?”

Het NIPV houdt op 22 januari 2026 de kennisbijeenkomst Grootschalige stroomuitval: lessen uit Spanje en Portugal 2025. Meer informatie over deze bijeenkomst vind je hier.

10 december 2025