Tony Kyriakidis (links) en Joost van Gelder
Tony Kyriakidis (links) en Joost van Gelder
Tony Kyriakidis (links) en Joost van Gelder
Tony Kyriakidis (links) en Joost van Gelder
De politie stond tijdens de NAVO-top voor een behoorlijke uitdaging. Zo’n 45 regeringsleiders met elk ongeveer 270 delegatieleden moesten veilig van Schiphol naar Den Haag begeleid worden. Tegelijkertijd moest de Randstad leefbaar blijven. Hoe heeft de politie dat voor elkaar gekregen? Een interview met Joost van Gelder, hoofd mobiliteit van de eenheid Noord-Holland tijdens de NAVO-top.
“De NAVO-top was echt een unieke gebeurtenis voor de politie”, vertelt Joost. “Het was onze grootste inzet van de afgelopen 25 jaar. We hadden voor de regeringsleiders en de delegatieleden een corridor vrijgemaakt die over de A4 liep. Tegelijkertijd moesten we er ook voor zorgen dat de omgeving leefbaar zou blijven. Leefbaarheid en veiligheid gaan vaak moeilijk samen. En we hadden te maken met verschillende aangekondigde demonstraties. Alles bij elkaar stonden we dus voor een behoorlijke uitdaging.”
Ik kan me voorstellen dat jullie daar een crisisstructuur voor ingericht hadden. Hoe zat die crisisstructuur in elkaar?
“Alle eenheden in Nederland hadden een Staf Grootschalig en Bijzonder Optreden (SGBO). Daarnaast was er een Nationale Staf Grootschalig en Bijzonder Optreden (NSGBO) actief in Driebergen. Zij waren bijvoorbeeld verantwoordelijk voor de helikopterinzetten.
Het grootste gedeelte van de operatie viel onder de verantwoordelijkheid van de eenheden Rotterdam, Den Haag en Noord-Holland. De SGBO’s van de andere eenheden waren voornamelijk opgeschaald om bijstand te leveren, bijvoorbeeld in de vorm van personeel.
Wij vielen onder de verantwoordelijkheid van het lokale bevoegde gezag, en zij stelde aanvullende eisen aan ons. Onze eenheid viel onder de verantwoordelijkheid van de veiligheidsregio Kennemerland. De voorzitter van de veiligheidsregio, burgemeester Marianne Schuurmans, had aangegeven dat ze het belangrijk vond dat de omgeving leefbaar bleef tijdens de NAVO-top.”
Hoe zijn jullie te werk gegaan?
“We zijn in de eerste plaats op zoek gegaan naar een goed mobiliteitsplatform. We zochten een platform dat het verkeer in beeld kan brengen én dat voorspellingen kan doen. Zo zijn we in contact gekomen met Tony Kyriakidis, eigenaar van Nevron, die een mobiliteitsplatform beheert en ontwikkelt voor Rijkswaterstaat.”
Tony: “Rijkswaterstaat gebruikt een van onze incidentmanagementtools voor de registratie, het afhandelen en het managen van incidenten. Het mooie is dat we deze tool als bron konden gebruiken voor het Mission Control-platform dat we voor de politie ontwikkeld hebben.”
Joost, wat sprak jou aan in het platform van Nevron?
“In de eerste plaats dat het de mobiliteit in kaart brengt op de A- én de N-wegen. Bovendien maakt het platform gebruik van meerdere open sources, zoals TomTom, Google en Mapbox Traffic. Dat is belangrijk, want hoe meer data-lagen je over elkaar heen legt, hoe betrouwbaarder de informatie wordt. Het platform combineert deze open sources met closed sources, bijvoorbeeld van de politie en Rijkswaterstaat. Zo brengt het de informatie van veel verschillende bronnen samen in één overzicht.”
Nevron heeft het platform samen met jullie doorontwikkeld. Wie konden hier gebruik van maken?
“Wij hebben het initiatief genomen voor de doorontwikkeling en alle eenheden konden hier gebruik van maken. In de praktijk is het platform vooral gebruikt door onze eigen eenheid en de andere eenheden die verantwoordelijk waren voor het gebied, dus de landelijke eenheid en de eenheden Rotterdam en Den Haag.”
Hoe gingen jullie tijdens de NAVO-top te werk?
“We hadden elk uur een stafoverleg volgens de BOB-structuur. De verschillende disciplines van de politie gaven daarin een beeld van de situatie. Wij konden via het Mission Control-platform een goed beeld geven van de mobiliteit. Het was krachtig dat we op een kaart konden laten zien hoe het ervoor stond. Dat maakte het heel inzichtelijk.
We konden met het platform bovendien voorwaarts denken. Dat is tijdens een crisis echt goud waard. We konden bijvoorbeeld aangeven welke wegen de delegatieleden wilden vermijden. Het platform gaf dan automatisch de alternatieve routes weer, en de extra tijd die dat zou kosten. Zo konden we de delegatieleden langs de meest gunstige routes leiden.
Wij moesten natuurlijk ook maatregelen nemen die gevolgen hadden voor de bereikbaarheid van de omgeving. We moesten bijvoorbeeld wegen tijdelijk afsluiten. Op het Mission Control-platform konden we vooraf inzichtelijk maken welke gevolgen dat zou hebben voor het overige verkeer. Zo konden we een weloverwogen afweging maken.”
Kun je daar een voorbeeld van geven?
“Jazeker. Tijdens de NAVO-top was de A4 vrijgemaakt voor de regeringsleiders en de delegatieleden. Dat betekende niet alleen dat de snelweg afgesloten was voor het overige verkeer. Het reguliere verkeer mocht ook niet over de wegen rijden die over de snelweg heen gaan. Voor de Amerikaanse president Donald Trump golden extra veiligheidseisen. Als hij over de A4 reed, moesten we ook de onderliggende wegen tijdelijk afsluiten.
We wisten natuurlijk precies hoe laat Donald Trump landde en hoe laat hij in zijn auto stapte. Door de voorspellende waarde van het platform wisten we dus ook precies hoe laat hij de verschillende onderliggende wegen zou passeren. We konden daar zeer strak op sturen. Op de heenweg verliep dat vlekkeloos. Daardoor heeft het onderliggende verkeer op de heenweg slechts 7,5 minuut vertraging opgelopen toen Trump passeerde.
Op de terugweg verliep dat anders. Trump stapte in zijn auto, waarna wij alle onderliggende wegen gingen afsluiten. Vervolgens zag hij Mark Rutte staan. Hij besloot nog even uit te stappen en een praatje met hem te maken. Het afsluiten van een weg kost tijd en je kunt daar niet snel in bijsturen. Dat betekende dat de onderliggende wegen iets langer afgesloten waren, toen Trump weer naar Schiphol reed.”
Gaf het Mission Control-platform meer mogelijkheden waar jullie gebruik van hebben gemaakt?
“Jazeker. We konden via het platform ook precies zien waar de lijnbussen zich bevonden. Dat was belangrijk voor de security. De buschauffeurs konden op een knop drukken als er iemand instapte met verdacht gedrag. Via het platform zagen wij precies waar deze bus zich bevond, waardoor we snel konden schakelen. De politie of hun eigen security kon daar meteen naartoe om laagdrempelig een routinecontrole uit te voeren.
Daarnaast hadden we de opdracht gekregen om de omgeving zo leefbaar mogelijk te houden. Het was daarom van groot belang dat het openbaar vervoer zo goed mogelijk functioneerde. We konden op het platform zien waar de bussen reden en welke bussen er vertraging hadden. We hadden toegang tot vrijwel alle camera’s in het gebied én er waren extra camera’s opgehangen. Zo konden we live zien waar de opstopping door veroorzaakt werd.
Bij een vertraging konden we maatregelen nemen. We konden bijvoorbeeld motorrijders vragen om het verkeer op die plek vlot te trekken, of we konden bepaalde stoplichten langer op groen laten staan. Dit dynamische verkeerstoezicht tot op het detail werkte erg goed. Op een enkele uitzondering na hebben de bussen niet meer dan 5 minuten vertraging gehad. De bussen reden zelfs beter volgens de dienstregeling dan op reguliere dagen.”
Waren er meer elementen waardoor het platform krachtig werkte?
“Het was prettig dat het platform een fijnmazig beeld gaf van de situatie ter plaatse in het hele gebied.
We hadden via het platform bijvoorbeeld inzicht in het incidentmanagementsysteem van Rijkswaterstaat. Rijkswaterstaat had overal langs de corridor takelwagens klaarstaan. Bij ongevallen waren zij dus snel ter plaatse. Via het platform zagen wij precies waar de ongevallen waren, en wat de weginspecteurs in het systeem registreerden. Zo wisten we meteen of een ongeval echt was, welke inschatting zij maakten over de veiligheid ter plaatse en hoe snel het naar verwachting opgelost zou zijn.
Maar het Mission Control-platform gaf veel meer inzichten. Er was bijvoorbeeld een busje met demonstranten gespot. Dat konden we via het platform live volgen. Ook konden we zien welke informatie Rijkswaterstaat gaf op de Dynamische Route Informatie Panelen (DRIP-borden) langs en boven de snelwegen. Kortom, het platform gaf een compleet, actueel beeld van de situatie ter plaatse.”
Zijn jullie tijdens de NAVO-top ook op nieuwe ideeën gekomen, waarmee het platform nog verder verbeterd kon worden?
Tony: “Zeker. Tijdens de NAVO-top heb ik de politie bezocht om te kijken hoe het platform in de praktijk werkte. We hebben toen nog enkele visuele aanpassingen gedaan die het gebruik iets gemakkelijker maken.
Ik zag bovendien dat de politie een aparte kaart gebruikte om drones te lokaliseren. Zo zijn we op het idee gekomen om ook een drone-kaartlaag in het platform op te nemen.” Joost: “Dat was een goede verbetering, want het is prettig om zo veel mogelijk vanuit één platform te werken.”
De NAVO-top is inmiddels voorbij. Zou je dit platform vaker willen gebruiken?
Joost: “Jazeker. Ik zou graag willen dat we dit platform ook gaan gebruiken voor onze reguliere processen. We zijn als meldkamers volop in ontwikkeling. Een integraal werkend systeem past daarbij.”
Wat zou de grote meerwaarde zijn ten opzichte van het huidige systeem?
“Dat we dan één platform hebben waarin alle bronnen samenkomen. Dat is nu niet het geval. Bij een overval komt er een melding binnen op de meldkamer. Ons intelligence centre verrijkt deze melding met aanvullende informatie. Ze bellen bijvoorbeeld het particuliere beveiligingsbedrijf van de winkelier en vragen de camerabeelden op. Daardoor gaat er veel kostbare tijd verloren.
Op het platform dat we tijdens de NAVO-top gebruikten, waren de systemen van onze partners aan elkaar gekoppeld. Het zou bijvoorbeeld mooi zijn als je op de kaart een camera kunt aanklikken, waarna je live kunt meekijken op de locatie. Ook hadden we live inzicht in de gegevens van al onze partners, zoals Rijkswaterstaat. Dat maakt je een stuk slagvaardiger. Bovendien hadden we door de AI-tooling inzicht in de mogelijke scenario’s. Ook dat is een enorme stap vooruit.
En het fijne van dit platform is dat het zich bewezen heeft. Het wordt bijvoorbeeld ook gebruikt tijdens grote evenementen. Dus we weten dat we hierop kunnen vertrouwen.”
Zou het ook bruikbaar zijn voor grote evenementen?
“Zeker. Maar bij grote evenementen zijn wij vaak niet verantwoordelijk voor de mobiliteit. In de meeste gevallen is dat de verantwoordelijkheid van de evenementenorganisatie. Maar als wij als overheid weer verantwoordelijk worden voor de organisatie van zo’n grote gebeurtenis, dan zou ik dit systeem zeker weer willen gebruiken.”