Reportage

Ellen Moens (Rijkswaterstaat) opent de presentatie

Ellen Moens (Rijkswaterstaat) opent de presentatie

Maaike Tindemans
Tekst:
Maaike Tindemans
Verwachte leestijd: 6 min

Lancering evacuatietool: ‘In enkele minuten inzicht in de evacuatietijden en -routes’

Tijd is je grootste vijand bij een evacuatie. Want als je te laat besluit om te evacueren, hebben mensen onvoldoende tijd om het gebied nog te verlaten. Er rest dan niets meer dan hen redden. Rijkswaterstaat, de veiligheidsregio’s die aangesloten zijn bij Zuid6, TU Delft en Argaleo ontwikkelden een applicatie waarmee je kunt berekenen hoelang het duurt om een gebied te evacueren en wat de beste routes zijn. Wij namen een kijkje bij de presentatie.

Het is niet eenvoudig om te berekenen hoeveel tijd je nodig hebt om een gebied te evacueren, zo blijkt uit de presentatie van Ellen Moens, strategisch adviseur crisismanagement bij Rijkswaterstaat. Ze laat in haar presentatie zien dat er de afgelopen jaren al heel wat projecten zijn geweest over het thema overstromingen. "In al die projecten lukte het keer op keer niet om een tool te ontwikkelen waarmee je de tijd en de meest ideale route voor de evacuatie van een gebied snel en betrouwbaar kunt berekenen.”

Het lukte de afgelopen jaren niet om een tool te ontwikkelen waarmee je de tijd en de ideale evacuatieroute snel en betrouwbaar kunt berekenen

“Het lastige is ook dat de veiligheidsregio’s verantwoordelijk zijn voor de evacuatie van een gebied”, vertelt ze. “Maar ze komen telkens bij ons met vragen over de snelheid en de afhandeling van het verkeer. Daarom hebben we besloten om samen met de veiligheidsregio’s van Zuid6, de TU Delft en Argaleo een applicatie te ontwikkelen waarmee je de evacuatietijd en -routes kunt berekenen.” Ellen vertelt dat ook andere veiligheidsregio’s hebben meegedacht, zoals de veiligheidsregio Utrecht en de veiligheidsregio’s die aangesloten zijn bij 3-Noord. De applicatie is in de eerste instantie ontwikkeld voor het risico op een overstroming. Maar hij kan ook gebruikt worden voor alle andere crises, zoals een grootschalige natuurbrand. “Wij hebben deze applicatie ontwikkeld samen met Argaleo. Maar het onderliggende model kan ook draaien op omgevingen van andere leveranciers”, vertelt Ellen. “We hebben binnen Rijkswaterstaat budget beschikbaar om dit ook samen met andere veiligheidsregio’s op te pakken.”

Dilemma
“Het wel of niet evacueren van een gebied is altijd een dilemma”, zegt Marcel Matthijsse, strategisch beleidsadviseur bij de veiligheidsregio Zeeland, in zijn presentatie. Marcel is namens Zuid6 de kartrekker van dit project. “Je evacueert een gebied vanwege een veiligheidsrisico, bijvoorbeeld een dijkdoorbraak. Maar je weet niet lang van tevoren óf de dijk zal doorbreken en waar dat precies zal zijn. Dus 9 van de 10 keer evacueer je een gebied voor niets.”

Hij vertelt dat mensen de neiging hebben om het evacuatiebesluit zo lang mogelijk uit te stellen. Want hoe langer je wacht hoe meer zekerheid je hebt dat het worstcasescenario werkelijkheid wordt. “Daarom is het belangrijk om te weten hoelang de evacuatie van een gebied duurt. Zo weet je wanneer je dit besluit moet nemen.”

'Tijd is je grootste vijand bij een evacuatie', zegt Marcel Matthijsse, strategisch beleidsadviseur bij de veiligheidsregio Zeeland

Het besluit om te evacueren is altijd een keuze tussen twee kwaden, zo blijkt uit de presentatie. “Evacueren betekent dat je de samenleving in een gebied stillegt. Dat geeft altijd schade en slachtoffers. Voor mensen met een kwetsbare gezondheid is evacueren namelijk een risicovolle onderneming. Maar niet evacueren terwijl dat wel nodig was, betekent dat je mensen moet gaan redden. Bij een overstroming betekent dat dat mensen vaak lang moeten wachten tot er een bootje langskomt.”

Marcel vertelt ook dat de evacuatietool nog verder doorontwikkeld wordt. “We hebben in deze tool nog geen rekening gehouden met de evacuatiebereidheid van mensen. Daar doen we nog onderzoek naar.” Ook gaat de tool ervan uit dat mensen het gebied verlaten met de auto. “In Zeeland is de autodichtheid enorm. Bovendien willen we graag dat mensen met hun auto het gebied verlaten, want drijvende achtergebleven auto’s kunnen veel schade veroorzaken. Dus de evacuatie met andere vervoersmiddelen is nog niet in de tool meegenomen.”

TU Delft
Vervolgens is het woord aan onderzoeker Henk Taale. Hij heeft promotieonderzoek gedaan aan de TU Delft en daarvoor heeft hij het verkeersmodel MARPLE ontwikkeld. Met dit model kun je berekenen hoe lang je nodig hebt om van a naar b te komen. De input van het model is het vertrekgedrag van mensen, een wegennetwerk, informatie over de wegen die uitvallen en de maatregelen die je neemt. De output is het aantal dagen en/of uren dat mensen nodig hebben om het gebied te verlaten. “Het MARPLE-model werd 15 jaar geleden al toegepast in de veiligheidsregio Haaglanden”, vertelt Henk. “Het was toen gekoppeld aan de GIS-omgeving. Ook is het model ingezet bij projecten zoals wegwerkzaamheden en spitsmijden.”

Onderzoeker Henk Taale geeft een toelichting op het onderliggende MARPLE-model

Ellen voegt daaraan toe dat geen enkel model heilig is. “We zien in de praktijk vaak dat modellen gretig in ontvangst worden genomen. Maar het is goed om je te beseffen dat een model slechts een indicatie geeft. We weten nooit hoe het echt gaat lopen als het spannend wordt, want de uitkomsten zijn vaak boterzacht. Het MARPLE-model houdt er bijvoorbeeld zelf geen rekening mee dat de meeste mensen niet ’s nachts vertrekken. Dat soort sociologische aspecten zijn nog niet in het model meegenomen, maar kunnen wel ingevoerd worden.” Ellen zou het goed vinden als we er in Nederland in slagen om de input van het model te standaardiseren. “Als we allemaal met dezelfde waarden gaan rekenen, zijn de uitkomsten beter met elkaar te vergelijken.”

Applicatie
De ochtend wordt afgesloten met een presentatie van Jeroen Steenbakkers, eigenaar van het bedrijf Argaleo. Zijn bedrijf heeft op basis van de beschikbare modellen en data een applicatie gebouwd waarmee je in enkele minuten kunt uitrekenen hoeveel tijd het kost om een gebied te evacueren en welke routes je daarvoor het beste kunt kiezen. “Toen we deze opdracht kregen, waren we ons bewust van de complexiteit van het bouwen van zo’n applicatie”, vertelt hij. “Want dit was al een aantal keren geprobeerd en niemand was hier nog in geslaagd. Daarom hebben we allereerst gekeken wat er minimaal nodig was om er een werkbare applicatie van te maken. Alle andere aspecten hebben we voorlopig buiten beschouwing gehouden.” Jeroen vertelt bovendien dat hij het belangrijk vond om er een schaalbare applicatie van te maken. Daarom heeft Argaleo alleen gebruik gemaakt van landelijk dekkende elementen.

In een live demonstratie laat Jeroen Steenbakkers zien hoe de applicatie werkt

De basis van de applicatie is een goede, actuele kaart met demografische gegevens, zoals het aantal inwoners per gebied. “We hebben dit gecombineerd met het MARPLE-model. Je kunt in dit model wel 100 verschillende parameters instellen. We hebben ervoor gekozen om een groot aantal parameters vast te zetten, omdat dat de applicatie werkbaarder maakt.”

Enkele minuten rekenen
In een live demonstratie laat Jeroen zien hoe de applicatie werkt. Hij klikt op een kaart het gebied aan dat geëvacueerd moet worden. Vervolgens klikt hij op het veilige gebied. In dit voorbeeldscenario kunnen de mensen langs 2 routes het gebied verlaten: naar het noorden en naar het oosten. Ook klikt hij aan volgens welke vertrekcurve de mensen het gebied verlaten en welke wegen al niet meer begaanbaar zijn. “Bij een crisis heb je altijd wegen die niet meer bruikbaar zijn, bijvoorbeeld omdat deze al onder water staan”, licht Jeroen toe.

Je kunt onder andere instellen welke wegen al niet meer beschikbaar zijn

Na het invoeren van deze gegevens gaat het systeem rekenen. In dit geval duurt dat maximaal 1,5 minuut. Vervolgens verschijnt er een curve waarin je kunt aflezen hoeveel mensen er op de verschillende tijdstippen uit het gebied zijn. In dit scenario zie je dat de grootste piek op de eerste dag is. Na 2 dagen en 13 uur is het hele gebied leeg.

De tool maakt bovendien inzichtelijk over welke evacuatieroutes het verkeer gaat. “Die informatie is belangrijk voor het maken van evacuatieplannen”, licht Ellen toe. “Het maakt inzichtelijk naar welke richting je een wijk, dorp of gebied het beste kunt geleiden om tot een zo’n optimaal mogelijke routing en verkeersafhandeling te komen zodat de evacuatie zo snel mogelijk verloopt.”

Vragen en suggesties
Na de presentatie van Jeroen is het tijd voor vragen en suggesties voor vervolgstappen. Bijvoorbeeld: in de applicatie is het gebied opgedeeld in zeshoeken. “Waar is die verdeling op gebaseerd?”, wil Alfons Hofman van de veiligheidsregio Groningen weten. “En weten we welke postcodegebieden dat zijn zodat we deze mensen kunnen bereiken met onze crisiscommunicatie?” Jeroen legt uit dat de zeshoeken gebaseerd zijn op de A- en N-wegen in het gebied. “Je kunt op de kaart zien welke gebieden er onder 1 zeshoek vallen.”

Het gebied is opgedeeld in zeshoeken. Je kunt per zeshoek bekijken hoeveel mensen er uit dat gebied vertrekken

Jeroen vertelt dat er nu ook testen lopen in gebieden buiten Zeeland. “We zijn aan het kijken hoe we meer met faseringen kunnen gaan werken. Je kunt dan bijvoorbeeld aangeven dat een bepaalde brug de eerste dag nog wel beschikbaar is, maar de tweede dag niet meer. Ook willen we het mogelijk maken om per gebied een andere vertrekcurve in te stellen. Nu zie je dat mensen in bepaalde gebieden lang moeten wachten voordat ze het wegennet op kunnen. Zij staan dus lang in de file. Je kunt overwegen om die gebieden als eerste te evacueren. Daar zijn we testen mee aan het doen.”

Doorontwikkeling
De applicatie wordt de komende jaren verder doorontwikkeld. “De volgende stap is om in onze applicatie gebruik te gaan maken van realtime-data”, vertelt Jeroen. “Ook willen we andere vervoerswijzen toevoegen, zoals fietsen en lopen.”

De tool laat goed zien wat de snelheden op de verschillende wegen zijn. Daardoor worden de knelpunten in één oogopslag inzichtelijk

Ellen voegt daaraan toe dat de applicatie relatief snel en simpel gegevens kan genereren voor het uitwerken van verschillende scenario’s. “Wij hebben deze applicatie gefinancierd, omdat we merkten dat het voor veiligheidsregio’s ingewikkeld was om verkeersmanagementdata in hun evacuatieplannen te verwerken. Dat is logisch, want dat is onze tak van sport. Wij hebben er omgekeerd weer baat bij als veiligheidsregio’s goede planvorming hebben zodat wij daar in de uitvoering op kunnen aanhaken. Daarom zouden we andere veiligheidsregio’s graag willen helpen met de kennis en ervaring van de TU Delft en de veiligheidsregio Zeeland. Vanuit het MEGO-budget dat door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat beschikbaar is gesteld, kunnen we veiligheidsregio’s hier ook financieel bij helpen.”

Veiligheidsregio Utrecht
Na de presentatie spreek ik nog enkele adviseurs van andere veiligheidsregio’s. Elsbeth de Graaf, beleidsmedewerker risicobeheersing bij de veiligheidsregio Utrecht, is blij met deze applicatie omdat hij redelijk eenvoudig inzichtelijk maakt hoelang een evacuatie duurt. “Ik denk dat het wel belangrijk is dat er een goede gebruikershandleiding bij komt met duidelijke uitgangspunten. Anders loop je het risico dat iedere gebruiker met andere aannames gaat werken. Daardoor worden de resultaten niet representatief en niet onderling met elkaar te vergelijken. Het zou mooi zijn als we als veiligheidsregio’s consensus bereiken over die uitgangspunten.”

Je kunt instellen naar welke bestemmingen de gebieden geëvacueerd worden. Daarmee genereert deze tool dus ook waardevolle informatie voor de veiligheidsregio die de mensen ontvangt

Elsbeth zegt dat de tool veel potentie heeft omdat ook partijen buiten haar eigen veiligheidsregio hiermee kunnen werken. “Als je besluit om een gebied te evacueren, dan betekent dat dat een andere regio deze mensen ontvangt. Deze applicatie geeft een gezamenlijk inzicht en kan daardoor als gesprekstool dienen bij het maken van plannen.”

Veiligheidsregio Groningen
Ook Alfons Hofman, veiligheidsconsultant bij de veiligheidsregio Groningen, is enthousiast. “Het is mooi dat de applicatie de verkeersstromen op een kaart weergeeft. Dat spreekt meer tot de verbeelding dan een weergave in getallen. Bovendien zie je daardoor goed waar de knelpunten zitten. En het is mooi dat je de gebieden eenvoudig kunt aanpassen, zodat je verschillende scenario’s kunt uitproberen.”

Alfons vraagt zich nog wel af hoe je de mensen in die specifieke gebieden snel kunt bereiken. “Misschien is het goed om de gebieden uit de applicatie te koppelen aan de postcodegebieden?” Ook vraagt hij zich af hoe het model in de praktijk uitpakt. “Zijn mensen bijvoorbeeld bereid om voor een evacuatie een dag in de file te staan? En mensen in een stedelijk gebied gedragen zich misschien anders dan in een landelijk gebied. Kortom, het blijft een modelwerkelijkheid. Maar het is goed dat dit model er nu is, want dat helpt om meer inzicht te krijgen in mogelijke evacuatiescenario’s.”

15 december 2025