Actueel

Izanne de Wit (links) en Annerike Hekman

Izanne de Wit (links) en Annerike Hekman

Thijs Doorenbosch
Tekst:
Thijs Doorenbosch
Verwachte leestijd: 4 min

Sprekers NIPV-congres: ‘Benut de burgerkracht die er al is, en coördineer slim’

In tijden van crisis zijn burgerinitiatieven vaak veel krachtiger dan overheid en samenleving zich realiseren. Een goede voorbereiding op een crisis moet daarom gericht zijn op het faciliteren van deze gemeenschapszin, maar ook op een geoliede coördinatie.

Dit blijkt uit een interview met Annerike Hekman van het Landelijke Samenwerkingsverband Actieve bewoners (LSA) en Izanne de Wit, landelijk coördinator persoonsvermissingen bij de politie. Beiden spreken aanstaande woensdag tijdens het NIPV-congres Crisisbeheersing 2026.

Eind 2024 deed toenmalig premier Mark Rutte een oproep aan alle burgers om een noodpakket aan te schaffen. Dat maakte veel los. De waarschuwing schudden mensen wakker en er ontstond discussie over wat er in zo’n noodpakket zou moeten zitten. Toch riep de oproep ook een tegengeluid op vanuit veel bewonersorganisaties. Rutte schetste met zijn uitspraak een erg individualistisch beeld, alsof ieder huishouden tijdens een crisis met de deur dicht de eigen blikken bonen zou gaan opeten.

Een noodpakket is erg gericht op zelfredzaamheid, terwijl burgers tijdens een crisis vaak elkaar gaan helpen

“Dat is niet het wereldbeeld waarvoor heel veel bewonersorganisaties zich elke dag inzetten. Je hebt elkaar nodig. Dat is waar ze in geloven”, benadrukt Annerike Hekman. Zij is projectleider bij het Landelijke Samenwerkingsverband Actieve bewoners (LSA) en spreker op het NIPV-congres Crisisbeheersing 2026. Bij het LSA zijn zo’n 300 bewonersorganisaties aangesloten.

Informele hulpstructuren
Mensen komen doorgaans spontaan in beweging voor hulpbehoevende mensen in hun omgeving. Annerike noemt een voorbeeld van een kapotte trein in een weiland waarbij de gestrande passagiers uitstapten en door mensen in omliggende dorpen werden opgevangen. “Bij de evaluatie concludeerde de veiligheidsregio dat het helemaal was misgegaan: ‘We zijn alle mensen kwijtgeraakt en er ontstond chaos’. Dit terwijl de gestrande passagiers een heel positief beeld hadden: ‘De mensen in het dorp zetten een kopje koffie voor ons. We konden even op adem komen en we vonden onze weg naar huis wel weer’.”

Er is vaak al veel verbondenheid in buurten en wijken waar je tijdens een crisis gebruik van kunt maken

In dit voorbeeld gaat het om een spontane actie van bewoners, maar in Nederland zijn vele honderden buurthuizen, wijkcentra en collectieven die actief bezig zijn met de sociale cohesie tussen groepen mensen. Ze zijn veelal ontstaan rond één of meer gezamenlijke interesses of belangen, en van daaruit uitgegroeid tot informele hulpstructuren. “In steden is de buurtverbondenheid minder vanzelfsprekend dan in dorpen. Toch zie je in de stad ook ‘warme buurtnetwerken’.”

Ze noemt een reeks voorbeelden, zoals bij de grote explosie in de Haagse straat Tarwekamp. “Het buurthuis Lichtpuntjes werd in no-time een opvanglocatie. Dat kon alleen omdat de initiatiefnemers konden voortbouwen op de netwerken en relaties waar ze al jaren in investeerden.” Annerike vindt het onterecht dat er toch nog vaak door officiële instanties wat paternalistisch wordt gekeken naar dit soort bewonersorganisaties.

Sluit aan op wat er al is
De veiligheidsregio’s willen nu de weerbaarheid in het land stimuleren door een groot aantal noodsteunpunten in te richten. “Wat wij als LSA uitdragen is dat weerbaarheid gaat om die verbondenheid in buurten en wijken. Daarom staat het beste noodsteunpunt eigenlijk nu al in de wijk. Probeer dus niet iets nieuws te verzinnen, maar sluit aan op wat er al is, behoud het en stimuleer daar de ontwikkeling van wat er nog ontbreekt.”

Juist voor kwetsbare groepen kan een vertrouwde gemeenschapsplek veel effectiever werken dan het opzetten van een formeel contactpunt of een digitaal kanaal. Annerike wijst op een recente stroomstoring in Berlijn, waar veel mensen spontaan naar vertrouwde inloopplekken gingen voor verwarmde ruimtes en informatie. “Daar bleek ook dat ze best kwetsbare informatie wilden achterlaten die ze absoluut niet op een website wilden invullen. Ze kennen de mensen in het buurthuis of bij de vereniging. Ze hebben het vertrouwen dat ze bijvoorbeeld gekoppeld kunnen worden aan een onbekende voor hulp en dat het dan wel goed komt.” Voor Annerike is het duidelijk dat beleid om weerbaarheid te vergroten het beste werkt als het voortbouwt op wat er al is. “Afspraken kunnen helpen, maar kunnen ook verstikken. Probeer aan te sluiten op de werkwijze van de gemeenschap.”

Hoe houden we controle?
Dat burgers massaal in actie komen bij een ingrijpende gebeurtenis in hun omgeving, is ook de ervaring van Izanne de Wit. Zij is landelijk coördinator persoonsvermissingen bij de politie en was betrokken bij veel van de zaken die breed in de media zijn uitgelicht. “Bij de vermissing in 2013 van de broertjes Julian en Ruben in Zeist gebeurde er iets heel bijzonders. Daar kwamen zoveel burgers op af dat we als politie volledig overdonderd waren. Het was één grote chaos.”

Een goede coördinatie is belangrijk bij zoekacties. Foto: Veteranen Search Team

Ze vertelt ook over de toeloop van burgers bij de vermissing van Savannah uit Bunschoten en van Anne Faber uit Utrecht. “Elke keer vroegen we ons weer af hoe we dit onder controle konden krijgen.” Mensen willen graag helpen, maar hun inzet is niet altijd effectief en ook vaak contraproductief. Zonder goede coördinatie lopen mensen kriskras door zoekgebieden heen en kunnen ze sporen vernietigen of valse sporen veroorzaken. “Een paar jaar geleden bij de zaak van Sanne en Hebe, het gehandicapte meisje dat weg was met haar begeleider, wisten we dat ze met de auto op weg waren gegaan. Vervolgens kwamen er heel veel meldingen van bandensporen in een berm. Achteraf bleken die van burgers te zijn die zelf waren gaan zoeken met quads en auto’s. Dat heeft het politiewerk erg verstoord.”

Burgerzoekacties zijn niet te negeren
Izanne vertelt dat bij de evaluatie van de zaak van Anne Faber in 2017 het inzicht ontstond dat het niet mogelijk is burgerzoekacties te negeren, dus moeten de hulpdiensten de initiatieven structureren en kaderen. Naar aanleiding van het onderzoek ‘Schouder aan schouder’ van de Politieacademie ging het Landelijk Expertisecentrum Persoonsvermissingen (LOEP) op zoek naar een klein aantal vaste partners die echt een aanvulling kunnen betekenen op de capaciteiten die de politie zelf in huis heeft. “Naast de spontane acties van mensen zijn er ook burgerorganisaties die graag meedoen met zoekacties. Zo zijn er bij hondenclubs veel mensen die zaterdagochtend samen trainen en allemaal hun eigen hond het allerbeste vinden.” Dat wil niet zeggen dat de hond en het baasje geschikt zijn om te zoeken naar een vermist persoon.

De politie heeft een goede samenwerking met het Veteranen Search Team

Izanne geeft aan dat beiden van een toetsbaar niveau moeten zijn om een waardevolle, actieve bijdrage te kunnen leveren tijdens zoekacties onder leiding van de politie. Daarvoor is in 1992 de Stichting Inzet reddingshond Nederland (SIN) opgericht op verzoek van het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Samen met de afdeling Speur- en Specialistische Dieren (SSD) van de politie-eenheid Landelijke Expertise en Operaties (LX) zijn kwaliteitseisen opgesteld en afspraken over het toelaten van burgerteams bij zoekacties die door de politie gecoördineerd worden.

Structuur aanbrengen is belangrijk
Voor het organiseren van grootschalige, goed gecoördineerde zoekacties heeft ze de hulp ingeroepen van het Veteranen Search Team, een groep vrijwilligers van zo’n 2900 ex-geüniformeerden van defensie, politie, brandweer, marechaussee en boswachterij. Deze mensen hebben allemaal heel relevante kennis en vaardigheden en zijn gewend om in een strakke structuur te werken. Dat maakt het aansturen door de politie erg gemakkelijk.

De vrijwilligers van het Veteranen Search Team zijn gewend om in structuren te werken. Foto: Veteranen Search Team

Om de ongeorganiseerde initiatieven van burgers te kanaliseren is het Coördinatie Platform Vermissing (CPV) opgezet. Dat is ontstaan na een zoektocht op Urk in 2016. “Urkers zijn bijzonder verbonden als het gaat over vermissingen. Het is een volk dat handelt. Dus kwamen er op een zondagochtend 700 man bij elkaar om te zoeken naar de vermiste jongen. Dat hadden ze uit zichzelf heel goed georganiseerd.” Ze kwamen ook met gerichte vragen voor prikstokken en hesjes. De gemeente kon die leveren. “We hebben ze toen gevraagd of ze misschien ook konden helpen die structuur aan te brengen als er weer zo’n zoekactie is met ongeleide ‘aanwaai’-burgers. En ja, ze wilden dat, onvoorwaardelijk.”

Gewoon doen en daarvan leren
Haar collega Jerôme Lam van de Politieacademie promoveerde eind vorig jaar op onderzoek naar hoe en waarom burgers deelnemen aan zoekacties naar vermiste personen in Nederland. Izanne en Jerôme presenteren op het NIPV-congres Crisisbeheersing 2026 samen hun bevindingen. Izanne concludeert uit Jerômes onderzoek en haar eigen ervaringen dat de randvoorwaarden nooit helemaal perfect zijn, bij de inzet van burgerinitiatieven. Maar het ‘gewoon doen en daarvan leren’ in de praktijk levert echt waardevolle resultaten op.

18 mei 2026