Reportage
Rob Jastrzebski
Tekst:
Rob Jastrzebski
Verwachte leestijd: 6 min

Primeur: ICA ondersteunt veiligheidsregio bij weerbaarheidsoefening

Op 11 december vond in Utrecht de eerste oefening met een noodsteunpunt voor crisissituaties plaats. Het was tevens het debuutmoment voor een nieuwe vorm van ondersteuning van de overheid vanuit het bedrijfsleven. Via de Infra Capacity Alliance (ICA) kunnen overheden in crisistijd al hun benodigde logistieke en materiële ondersteuning via één loket bij de private sector aanvragen. Heel praktisch en efficiënt in de hectiek van een crisis, vindt de veiligheidsregio Utrecht, die inmiddels een overeenkomst met ICA heeft gesloten.

Grootschalige en langdurige stroomuitval in meerdere provincies was het vertrekpunt voor de weerbaarheidsoefening in de Domstad. De mogelijke effecten: uitval van vitale maatschappelijke processen, het openbaar vervoer valt stil, afrekenen in winkels en geld pinnen werkt niet meer, huishoudens zitten in het donker en de kou, er ontstaat maatschappelijke onrust en kwetsbare mensen komen in de knel.

Een bij ICA aangesloten bedrijf plaatst noodstroom bij het Utrechtse noodsteunpunt

Vooruitdenken is ook voor de overheid een must in de preparatie op zo’n scenario. Want hoe richt je een noodsteunpunt in en over welke menskracht, middelen en materialen moet zo’n locatie beschikken? Die vragen waren de input voor de oefening. Het doel was: ervaring opdoen en de geleerde lessen benutten bij de opbouw van het noodsteunpuntennetwerk in de veiligheidsregio Utrecht (VRU) en de rest van Nederland. Met nadruk: de pilot betekent nog niet dat er een heel netwerk van noodsteunpunten kan worden uitgerold als morgen het noodlot toeslaat; er is nog veel te doen.

Rol bedrijfsleven
Noodstroom is een eerste vereiste voor de noodsteunpunten, om in een situatie van langdurige stroomuitval te kunnen blijven functioneren. Maar hoe kan de beschikbaarheid van noodaggregaten en bijbehorende brandstof worden gegarandeerd als de crisis heel Nederland treft en iedereen dergelijke noodvoorzieningen wil hebben? Dat is waar de Infra Capacity Alliance (ICA) in beeld komt.

Kwartiermaker Jan Pol van ICA (links) en directeur Jaap Donker van de VRU: partners in crisistijd

Initiatiefnemer en kwartiermaker Jan Pol legt uit hoe het werkt: “Een opvallend fenomeen in de voorbereiding op crisissituaties is dat het bedrijfsleven vrijwel nergens structureel onderdeel is van crisisplannen. Dit terwijl de private sector een enorme schat aan specialistische kennis en aan materiële, technische en logistieke capaciteiten in huis heeft. Denk aan noodstroomvoorzieningen, transportcapaciteit, zwaar kraanmaterieel, tenten, zandzakken, noodwegen en noodbruggen, pompen, et cetera. ICA is een samenwerkingsplatform van bedrijven die hun kennis en capaciteiten willen inzetten in crisistijd. We bieden overheden de mogelijkheid om al hun benodigde ondersteuning via één loket aan te vragen, zodat organisaties als veiligheidsregio’s, Defensie en waterschappen niet bij tien of meer bedrijven afzonderlijk hoeven te gaan shoppen voor verschillende middelen en materialen. Zo worden ze ontzorgd in een tijd waarin ze toch al onder grote druk staan.”

Verzekeringspremie
Het model dat ICA aanbiedt en waarvan de VRU als eerste veiligheidsregio gebruik maakt, heeft volgens Jan Pol het karakter van een ‘verzekeringspremie’. “We sluiten een overeenkomst af met de veiligheidsregio, waarin we garanderen dat de benodigde capaciteiten tijdens een crisis binnen enkele uren inzetbaar zijn op de gewenste locaties. Wij organiseren dan dat het materiaal ter plaatse komt, mét deskundig personeel om bijvoorbeeld de noodstroom aan te sluiten, noodwegen aan te leggen of zo nodig tijdelijke huisvesting met systeembouw te realiseren.”

Buurtbewoners waren welkom bij de oefening

De materialen en voorzieningen worden geleverd door verhuurbedrijven. De bezettingsgraad is volgens Jan Pol bepalend en varieert. “Door gelijkwaardige verhuurbedrijven binnen ICA samen te laten werken, vergroot je de beschikbare middelen. Als dit niet voldoende blijkt, zorgen we ervoor dat de beschikbaarheid gewaarborgd is via onze commerciële klanten die ook hun maatschappelijke bijdrage willen leveren. Dit doen we door in de contracten een clausule op te nemen dat in geval van overmacht, zoals een noodsituatie, de overheid prioriteit krijgt in het gebruik van deze middelen. In ruil hiervoor verwachten de klanten bijvoorbeeld een alternatief, of wellicht een compensatie. De kosten voor het beheer van dit proces, de alternatieven, compensaties en andere noodzakelijke investeringen worden gedekt door een 'verzekeringspremie' die wordt betaald door de overheidsdiensten die een overeenkomst met ons aangaan. Dit model is een slim alternatief voor het zelf aanhouden van voorraden door overheidsdiensten, terwijl de overheid wel de regie houdt.”

‘Aan de voorkant’
Het is een model dat de VRU aanspreekt in de ontwikkelfase van het regionale resilience-netwerk, beaamt algemeen directeur Jaap Donker: “Het is slim om al aan de voorkant afspraken te maken om de beschikbaarheid van materialen en zo de ondersteuning vanuit het bedrijfsleven te waarborgen op het moment dat we ze nodig hebben.

Zendamateurs onder de vlag van DARES zorgden voor noodcommunicatie

Het is onbetaalbaar en erg inefficiënt als we voorzieningen als stroomaggregaten, zwaar materieel en transportcapaciteit zelf op voorraad zouden moeten hebben in de aantallen waarmee we regiodekkend in onze vraag kunnen voorzien in geval van een crisissituatie. Daarom hebben we het bedrijfsleven nodig, waar al die materialen, kennis en kunde al aanwezig zijn. Maar dan willen we wel zekerheid hebben dat het er ook is als we het nodig hebben. In crisistijd zal er onvermijdelijk schaarste ontstaan. Daarom zijn wij erg gecharmeerd van het idee dat we via het betalen van een verzekeringspremie die materiële en logistieke ondersteuning vóóraf kunnen reserveren. In het contract spreken we af op welke typen ondersteuning we een beroep willen doen en binnen hoeveel tijd die inzetbaar moet zijn.”

Vraag specificeren
Het pakket dat ICA als bundeling van bedrijven biedt is fors. Het is volgens Jan Pol nu al voldoende om bij een langdurige stroomuitval meerdere veiligheidsregio’s te kunnen bedienen bij de ondersteuning van hun resiliencenetwerk. Hij becijfert dat ICA groeit richting de 30 bedrijven met circa 10.000 medewerkers en 1.000 transporteenheden, met het vooruitzicht op aansluiting van nog meer bedrijven.

Er werd informatie gegeven aan burgers

“Dat zijn kleine en grote ondernemers met zeer uiteenlopende producten, materialen en specialisaties. De aanvragende overheid hoeft bij ons ‘one-stop-shopping’-loket niet op te sommen welke soorten en aantallen producten en middelen er moeten worden geleverd. Het is voldoende de vraag te specificeren naar type gewenste ondersteuning, tijdsduur en volume. Bijvoorbeeld, hoeveel kVA noodstroom is nodig, op welke locaties en hoe lang moet het blijven functioneren? Dan regelen wij alles met de betrokken ondernemers uit het ICA-netwerk.”

Scenario-oefening
De oefening in Utrecht op 11 december omvatte drie bemande locaties: een noodsteunpunt in de stadswijk Ondiep, een coördinatiepunt op de brandweerpost Leidsche Rijn en een gemeentelijk actiecentrum op het stadskantoor. De gemeente stelde omwonenden in staat om een kijkje te komen nemen bij de oefening en er werden ook enkele scenario’s afgehandeld: meldingen van onwel wording, kwetsbare buurtbewoners met zorgvragen, meldingen van inbraak en jeugdvandalisme in de donkere straten, een autobrand en woningbrand. Bij de scenario’s draaide het om het testen van de afgesproken procedures en de noodcommunicatie tussen de drie locaties. Daarbij werd gebruikgemaakt van uiteenlopende alternatieve verbindingsmiddelen, zoals een alternatief portofoonsysteem, satellietcommunicatie en mobiele zendstations van de georganiseerde zendamateurs onder de vlag van ‘DARES’, die in crisistijd regionaal of landelijk noodverbindingen kunnen verzorgen.

De gemeente Utrecht en het Nederlandse Rode Kruis werkten samen in de bemensing van het noodsteunpunt

Anco de Rooij is operationeel projectleider noodsteunpunten in het programma Weerbaarheid van de gemeente Utrecht. Hij vat de stand van zaken van de Utrechtse preparatie en het doel van de oefening samen: “We zijn momenteel in kaart aan het brengen hoeveel noodsteunpunten er in de stad Utrecht moeten komen en welke panden daarvoor geschikt zijn, qua ruimte en voorzieningen. Dit schoolgebouw, centraal gelegen in de wijk, wordt in de toekomst vrijwel zeker zo’n noodsteunpunt. Voor de bemensing zetten we eigen medewerkers van de gemeente in, maar we werken ook samen met het Nederlandse Rode Kruis. Het oorspronkelijke idee achter de noodsteunpunten is dat er grofweg één noodsteunpunt op elke 5.000 inwoners zou moeten zijn, maar dat zou alleen al voor de stad Utrecht een immense inspanning qua ruimte en personeel vergen, dus onderzoeken we wat voor ons de meest passende schaal is. Deze oefening heeft voor ons echt een pilotkarakter om het concept van een noodsteunpunt, de functionaliteit en de processen te testen. Het is de eerste stap in het uitrollen van een netwerk van noodsteunpunten.”

Noodsteun- en coördinatiepunt
In de te vormen resilience-netwerken wordt onderscheid gemaakt tussen de lokale noodsteunpunten en zogenaamde coördinatiepunten. De eerste zijn gericht op daadwerkelijke zorg en ondersteuning aan hulpvragende burgers in de wijken. Vanaf de coördinatiepunten worden meerdere noodsteunpunten ondersteund, in situaties waarin de meldkamers en het C2000-communicatienetwerk niet of onvoldoende functioneren. Ook die coördinatieschakel werd in de Utrechtse pilot-oefening getest. Ivonne Vliek, programmamanager veerkracht bij de VRU: “De brandweerposten in onze regio krijgen de rol van coördinatiepunt. Zeker voor de grotere brandweerposten in stedelijke gebieden geldt dat je daar niet de drukte en hectiek kan hebben die zich in een crisissituatie in en rond een noodsteunpunt afspeelt. De inzet van hulpdiensten moet in zo’n bijzondere situatie ook gewaarborgd blijven. De brandweerposten worden dus een soort ‘verbindingshubs’ die de communicatie met de noodsteunpunten en meldkamer onderhouden.”

Het coördinatiepunt in de hoofdpost van de brandweer in Utrecht

Hulpvragen en de inzet van hulpdiensten zullen volgens Ivonne ook op een totaal andere manier moeten worden georganiseerd. Want 112 kan niet meer gebeld worden als de telecom is uitgevallen en waarschijnlijk zal ook het C2000-netwerk na enige tijd uitvallen. “Burgers moeten dus zelf naar een noodsteunpunt komen om noodsituaties zoals brand, ongeval of ziekte te melden. Het noodsteunpunt meldt het bericht dan aan het coördinatiepunt, dat vervolgens via alternatieve verbindingsmiddelen politie, brandweer of ambulancedienst aanstuurt. Op de noodsteunpunten kunnen burgers overigens ook terecht om informatie te halen over waar zij welke hulp kunnen krijgen. Die werkwijzen testen we in deze oefening.”

Van scenario naar hulpvraag
Voorafgaand aan de oefening op 11 december werd twee dagen eerder al het noodstroomaggregaat met brandstofvoorraad geplaatst bij het schoolgebouw in Ondiep dat als pilotlocatie dient. “Het is belangrijk dat we een goed beeld krijgen van alle facilitaire, technische en logistieke aspecten die bij de inrichting van een noodsteunpunt komen kijken”, stelt Stef Hanken, crisismanager binnen de VRU. “Hoe zien het gebouw en de omgeving eruit? Hoe is de bereikbaarheid? Maar ook: waar lopen we tegenaan bij het aansluiten van noodstroom? Daar komt vooraf wel wat bij kijken, want de elektrische installatie moet worden aangepast om er externe noodstroom op te kunnen aansluiten. Alles wat we in deze eerste pilot leren, nemen we mee in de verdere uitrol van het noodsteunpuntennetwerk.”

Alle partners in de Utrechtse pilot verenigd

Over de samenwerkingsovereenkomst met de bedrijvenalliantie ICA is ook Stef zeer positief. “Dat maakt voor ons het inroepen van ondersteuning vanuit het bedrijfsleven veel eenvoudiger en effectiever. Wij gaan op basis van maatgevende scenario’s in kaart brengen welke ondersteuning we daarbij nodig denken te hebben. Wij vertalen dat naar een mogelijke vraag voor ICA. Het grote voordeel is dat daarna de hele facilitaire realisatie door de betrokken bedrijven wordt uitgevoerd. Wij hoeven niet na te denken hoe we aan bijvoorbeeld noodstroom komen en hoe we over voldoende brandstof kunnen beschikken om de aggregaten draaiende te houden. Dat is een effectieve samenwerkingsformule.”

05 januari 2026