Directeur Jolanda Trijselaar opent de netwerkdag
Directeur Jolanda Trijselaar opent de netwerkdag
Directeur Jolanda Trijselaar opent de netwerkdag
Directeur Jolanda Trijselaar opent de netwerkdag
“Zelfredzaamheid is geen illusie, maar het is wel hard werken”, zegt hoogleraar cognitieve psychologie Jop Groeneweg tijdens de netwerkbijeenkomst van Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant. Hij zegt dat de overheid wel wat meer trammelant mag maken om het crisisbewustzijn te vergroten. Ook hoogleraar Han Bouwmeester zet de zaal op scherp. Hij ziet een oorlog tussen Rusland en de NAVO als een realistisch scenario. Wat betekent dat voor ons?
Ik ben te gast tijdens de Netwerkdag Crisisbeheersing van Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant. “We organiseren elk jaar zo’n bijeenkomst voor onze crisispartners”, zegt hoofd crisisbeheersing Geert-Jan Thijssen. “We hebben nu onder andere hoogleraar Jop Groeneweg gevraagd om een presentatie te geven, omdat risico-communicatie een cruciaal onderdeel van crisisbeheersing is. Jop Groeneweg is expert in human factors en veiligheidscultuur, en de rol van psychologische veiligheid bij incidentpreventie. Dit thema is voor ons belangrijk, want je kunt meer bereiken als je begrijpt hoe je met communicatie het gedrag van mensen kan beïnvloeden. We zijn hier als veiligheidsregio ook volop mee bezig. We hebben gedragsdeskundigen aangenomen, en een groot gedeelte van ons team heeft trainingen over dit onderwerp gekregen.”
Risicobewustzijn burgers
Uit de presentatie van de hoogleraar blijkt dat het zeker niet gemakkelijk is om met communicatie het risicobewustzijn van burgers te vergroten. Hij vraagt allereerst aan de deelnemers in de zaal wat er in hen opkomt bij het woord ‘zelfredzaamheid’. Er verschijnen uiteenlopende termen op het scherm. “Je kunt hieraan zien dat jullie verschillende beelden bij het woord ‘zelfredzaamheid’ hebben, ook al werken jullie allemaal in de crisisbeheersing. Als ik deze vraag stel aan een ander publiek, dan komen er weer andere termen tevoorschijn. Dus communicatie begint met duidelijkheid: zorg dat je weet waar het over gaat.”
Hij laat met grafieken zien dat het risicobewustzijn van Nederlanders laag is, omdat zij handelingsperspectief missen. “Zo’n 80 tot 90% van de Nederlanders acht het waarschijnlijk dat er een crisis komt. Toch komen mensen nauwelijks in actie. Dat komt omdat ze denken dat ze niets kunnen doen, dat het niet nodig is om in actie te komen of omdat ze er geen vertrouwen in hebben dat hun actie nuttig is.”
Aanzetten tot actie
“Het gaat om actie!”, vervolgt Jop Groeneweg. Maar hoe zet je mensen daartoe aan? Hij laat een plaatje zien van een klein meisje dat een mixer aflikt. De stekker zit nog in het stopcontact, dus als ze per ongeluk op de aan-knop drukt is ze haar tong misschien wel kwijt. “Bij het zien van dit plaatje gaat de amygdala in je hersens aan. Hij vuurt en dat zet je aan tot actie. Maar het probleem van de crises van nu is dat ze moeilijk zichtbaar te maken zijn. De amygdala vuurt minder hevig bij het woord ‘cyber-dreiging’.”
Job legt uit dat je beelden nodig hebt om tot actie over te gaan. “Een goed voorbeeld daarvan is 9/11. Mensen zagen die beelden, en wisten meteen: ‘Het is zeer slecht nieuws als je per ongeluk in zo’n vliegtuig zit’. Dat zetten hen aan tot actie. Ze pakten massaal de auto in plaats van het vliegtuig. Dat is een emotionele reactie, want rationeel gezien had het een averechts effect. Het aantal verkeerslachtoffers is in dat jaar toegenomen, doordat meer mensen de auto pakten.”
Tips
De belangrijkste tips van de hoogleraar zijn:
Oorlog onvoorspelbaar
Een andere spreker is Han Bouwmeester, brigadegeneraal en hoogleraar Militair-Operationele Wetenschappen. Hij vertelt dat een oorlog zich moeilijk laat voorspellen. “De oorlog tussen Rusland en Oekraïne woedt bijvoorbeeld al sinds 2014. Toch hebben veel mensen weggekeken. We konden ons simpelweg niet voorstellen dat Rusland nog een stap verder zou gaan. Bovendien waren we afhankelijk van Russische energie. Ook veel andere oorlogen hebben we niet zien aankomen. We hadden bijvoorbeeld niet gedacht dat de Taliban in Afghanistan zo snel zou oprukken. Ook was Israël tot 2023 niet echt met het Palestina-vraagstuk bezig. Dus we hebben een stip op de horizon nodig, maar we weten niet echt wat ons te wachten staat.”
De hoogleraar neemt ons mee naar een van de zwartste scenario’s voor Europa: een aanval van Rusland op een NAVO-bondgenoot waardoor artikel 5 in werking treedt. “Wij zien dat als een realistisch scenario, omdat Rusland meer produceert dan dat nodig is voor de oorlog in Oekraïne. Ook zien we een troepenopbouw langs de Finse grens. Dus het is denkbaar dat Poetin een eventueel bestand in Oekraïne gebruikt om op adem te komen, waarna hij de NAVO aanvalt.”
Artikel 5
Een aanval op een NAVO-bondgenoot betekent dat artikel 5 in werking treedt. “En dat betekent dat vrijwel het hele militaire apparaat van de NAVO-lidstaten in actie komt. Wij zijn als Nederland een belangrijk doorvoerland van militair materieel. Bij de activatie van artikel 5 komen er zo’n 30 Amerikaanse, Britse en Canadese brigades aan in de havens van Rotterdam en Vlissingen, en in de Eemshaven. We hebben wel eens geoefend wat het voor de omgeving betekent als er een halve brigade aankomt in de Eemshaven. Die impact was groot. De impact wordt nog vele malen groter als er 30 brigades aankomen.
Bovendien zijn we als doorvoerland een lonend doelwit voor Russische aanvallen. En we hebben slechts 5% van de luchtverdediging die we zouden moeten hebben om hier bestand tegen te zijn. Er wordt veel geïnvesteerd en hard gewerkt om onze luchtverdediging te versterken, maar het is wel reëel dat Rusland doelen gaat raken. Waarschijnlijk focussen ze zich dan niet op de havens. Nederland ligt namelijk onder de zeespiegel, dus aanvallen op sluizen en dijken zijn gemakkelijker en hebben een groter ontregelend effect. Ook probeert Rusland, bijvoorbeeld met hackersgroepen, energiecentrales en mobiele netwerken plat te leggen, zodat de samenleving ontregeld raakt.”
Tot slot vertelt Han Bouwmeester dat Defensie lang stil is geweest over de werkelijke dreigingen. “We wilden Nederlanders geen angst aanjagen. Daar is nu wel verandering in gekomen. Defensie heeft besloten om meer over het zwarte verhaal te gaan vertellen om de urgentie zichtbaar te maken.”
Vertaling naar veiligheidsregio
De netwerkdag sluit af met een borrel. Hier praat ik nog even na met hoofd crisisbeheersing Geert-Jan Thijssen, met name over de laatste presentatie. “We hebben een goede samenwerking met Defensie”, vertelt hij. “We zijn samen met hen aan het onderzoeken welke crisisbeheersingstaken zij niet meer doen, als er een oorlog uitbreekt. Daar bereiden we ons op voor.
Maar er is de komende jaren meer nodig. Daarbij wordt de samenwerking met het bedrijfsleven onmisbaar. Vitale processen zoals de energievoorziening, logistiek, communicatie en digitale infrastructuur zijn grotendeels in private handen. Als overheid vinden we die samenwerking soms nog spannend, maar het is wel noodzakelijk. Alleen door deze werelden met elkaar te verbinden, ontstaat er een realistisch en uitvoerbaar beeld van regionale weerbaarheid.”
Geert-Jan vertelt bovendien dat Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant voorbereid is op verschillende scenario’s die zich ook in een oorlog kunnen voordoen, zoals 72 uur stroomuitval. “We hebben daar BCM-plannen voor opgesteld, en daarin lopen we voorop. Het is belangrijk dat veiligheidsregio’s niet allemaal zelf het wiel gaan uitvinden. Dus we willen de handboeken en onze bevindingen graag met andere regio’s delen.”