Kolonel Jürgen Muntenaar schetst het scenario
Kolonel Jürgen Muntenaar schetst het scenario
Kolonel Jürgen Muntenaar schetst het scenario
Kolonel Jürgen Muntenaar schetst het scenario
Als er een oorlog uitbreekt in een Europees NAVO-land, moeten we in Nederland rekening houden met een verhoogde toestroom van slachtoffers. Zijn we daarop voorbereid? En houden we die toestroom ook langdurig vol? Het ministerie van Defensie oefende dat scenario samen met zorgorganisaties in de ROAZ-regio Acute Zorgregio Oost. De oefening laat zien dat er nog belangrijke stappen nodig zijn voor een volledige voorbereiding.
Het is 22 november 2026. Een militaire grootmacht is de Baltische staten binnengevallen en daardoor is artikel 5 van het NAVO-verdrag in werking getreden. Militairen uit heel Europa en uit andere NAVO-landen vechten aan het front om ons grondgebied te verdedigen. Dat betekent ook dat er een groot aantal treinen met gewonden terugkomen. Over enkele dagen wordt de eerste trein in Arnhem verwacht. Hier liggen 200 oorlogsslachtoffers in, waaronder 155 Nederlandse patiënten, 22 Letse soldaten, 28 Belgen en 12 Duitsers.
Dit is het scenario dat kolonel Jürgen Muntenaar tijdens een oefening voorlegt aan zorginstellingen die samenwerken in de ROAZ-regio Acute Zorgregio Oost (AZO). “En let op", zegt hij. “Het zijn ónze zoons en dochters die in die trein liggen. Het land is te klein, als we niet goed voor hen zorgen.”
Medische roadshow
Ik ben te gast bij een table top-oefening die Defensie Gezondheidszorg Organisatie (DGO) begin februari samen met netwerkbureau AZO georganiseerd heeft. “We hebben via het Landelijk Netwerk Acute Zorg (LNAZ) contact gelegd met alle acute zorgnetwerken in Nederland”, vertelt Muntenaar. “Want als de oorlog uitbreekt, is onze eigen geneeskundige dienst voor een groot gedeelte in de medische keten aan het front nodig. Het is belangrijk dat de slachtoffers die terugkomen goed opgevangen en geholpen worden door de reguliere zorgketen.”
De Defensie Gezondheidszorg Organisatie maakt dit jaar een medische roadshow langs alle zorgregio’s. “Het doel is om bewustzijn te creëren bij onze civiele zorgcollega’s, zodat we het spreidingsplan militaire patiënten kunnen uitleggen en gezamenlijk aan de voorbereiding daarop kunnen werken”, zegt de kolonel. “Dat moeten we nú doen, en niet pas als het gebeurt. Daarmee werken we mee aan het weerbaar maken van ons nationale gezondheidszorgsysteem.”
Tijdens de roadshows vertelt Defensie de zorgpartners wat de impact van een oorlog kan zijn op de reguliere zorgketen en welke taken er dan op hen afkomen. “We leggen hen ook realistische dilemma’s voor en er wordt geoefend.” In Acute Zorgregio Oost is er voor een andere aanpak gekozen. Daar is besloten om meteen samen met Defensie en de zorginstellingen uit de regio Arnhem en Nijmegen een table top-oefening te houden, zodat de knelpunten en mogelijke oplossingen helder worden.
Scenario
De groep is allereerst op scherp gezet door de uitleg over het scenario. Vervolgens vertelt Muntenaar wat Defensie zelf heeft ingericht voor oorlogsslachtoffers. “Gewonde soldaten krijgen eerst geneeskundige zorg van hun kameraden aan het front. Daarna worden zij overgedragen aan de geneeskundige keten net achter het front. De patiënten die acute zorg nodig hebben gaan, indien de operationele situatie dat toelaat, met het vliegtuig terug naar huis. Alle andere patiënten die stabiel genoeg zijn, komen per trein of per schip.
Defensie laat in een video zien hoe hun eigen medische keten werkt
Zij kunnen niet terecht in het Centraal Militair Hospitaal in Utrecht, want tijdens een oorlog ligt dat al binnen een halve dag vol. Het Calamiteitenhospitaal heeft een beperkte capaciteit en wordt tijdens een oorlog voor andere nationale doeleinden gebruikt. Dus de gewonde militairen die per trein in Nederland aankomen, zijn op de reguliere zorgketen aangewezen.
Bij een grootschalige oorlog op het Europese continent zal de vijand er bovendien alles aan doen om de Nederlandse samenleving en systemen te ontwrichten. Dat doen zij op allerlei manieren en begint al vóór het conflict. Je kunt ervan uitgaan dat strategische objecten een doelwit zijn, zoals havens, vliegvelden en spoorwegen. Ook onze energievoorziening zal onder vuur liggen en het internet zal ontregeld worden.”
Operationeel overleg
Tijd om aan de slag te gaan. De zorginstellingen gaan eerst in overleg met hun eigen collega’s. Wat betekent dit scenario voor hen? Welke knelpunten en mogelijke oplossingen zien zij? Daarna start er een operationeel en bestuurlijk overleg, waar alle zorginstellingen in vertegenwoordigd zijn. Ik schuif aan bij het operationele overleg.
“Welke knelpunten zien jullie?” vraagt Steven van Campen, trainer bij Trimension, aan de groep. De ambulancezorg constateert dat het tijd kost om deze grote hoeveelheid patiënten te vervoeren. Zij hebben dan ook vragen zoals: waar op het station worden deze patiënten tijdelijk opgevangen? Kunnen we daar gemakkelijk af- en aanrijden? Kunnen de patiënten medische zorg krijgen op het station? Wie zorgt er voor de aanvoer van medische middelen op deze locatie? En wie is er medisch verantwoordelijk voor de patiënten die wachten?
Knelpunten
De GHOR-bureaus zien dezelfde knelpunten en voegen daar nog iets aan toe. Er liggen ook gewonde soldaten uit België, Duitsland en Litouwen in die trein. Wie legt voor hen het contact met het buitenland? Wie zorgt er voor hun vervoer? En waar gaan de buitenlandse, gewonde militairen naartoe die door de oorlog niet meer naar huis kunnen?
De ziekenhuizen zien weer andere knelpunten. “In het scenario staat dat veel patiënten resistente micro-organismen bij zich dragen. Dat betekent dat zij in isolatie moeten. Tijdens de coronacrisis konden we de besmette patiënten allemaal op één afdeling plaatsen. Dat kan nu niet, omdat de patiënten allemaal verschillende aandoeningen hebben. Dat betekent dat we aparte isolatieruimtes moeten inrichten en dat vraagt veel van onze capaciteit.”
Een andere zorginstelling geeft aan dat er slechts beperkte capaciteit is voor mensen die psychiatrische én medische zorg tegelijk nodig hebben. “Dat wordt tijdens een oorlog zeker een knelpunt.” En de huisartsen vragen zich af of zij met hun expertise iets kunnen betekenen voor de triage op het station.
Oplossingen
Na de knelpunten komen de oplossingen. De groep komt tot de conclusie dat er besluiten genomen moeten worden over de leiding en het mandaat op de Patiënten Opvang Locatie op het station in Arnhem, de regionale spreiding van de patiënten, het afschalen van de reguliere zorg en bijvoorbeeld het vrijmaken van plaatsen in de revalidatieklinieken zodat de uitstroom van de ziekenhuizen groter wordt.
Er volgt een break waarin de zorginstellingen weer kunnen overleggen met hun eigen collega’s, en vervolgens is er een tweede overlegronde. Dan maakt het scenario een sprong in de tijd. Het is 13 februari 2027. Er zijn de afgelopen maanden 12 treinen met gewonden aangekomen in Arnhem en het einde van het conflict is nog niet in zicht. Dit heeft zijn weerslag op de zorg. Iedereen is moe en er is een tekort aan middelen, personeel, opvangplekken voor mensen met ernstige psychiatrische problemen, zoals agressie en suïcidaliteit, noem maar op.
Bestuurlijk overleg
Stilletjes schuif ik aan bij het bestuurlijke overleg. “Het is oorlog op de plek waar deze treinen vertrekken”, zegt iemand van Defensie. “Dus het is daar chaos en de treinen worden volgepropt. Die oorlog zit ín de mensen, ook als zij in Arnhem aankomen.”
De bestuurders komen tot de conclusie dat het chaos wordt als de zorg tijdens een oorlog langdurig overvraagd wordt en als zorginstellingen individueel hun eigen afwegingen blijven maken. “We hebben dan een commandostructuur nodig, net als bij Defensie. Anders zijn we kansloos", zegt een van de bestuurders. “En we hebben nu alle zeggenschap aan tafel, dus we kunnen dat nu met elkaar regelen.” De bestuurders concluderen bovendien dat het belangrijk is om breder te kijken. Bij schaarste moeten er ook afspraken gemaakt worden met maatschappelijke sectoren.
Ook blijkt dat zorginstellingen in dit scenario binnen no-time door hun middelen heen zijn. “In Finland heeft het nationale gezondheidssysteem voorraden aangelegd zodat zij in een noodsituatie nog drie maanden vooruit kunnen”, zegt Muntenaar. “Het zou goed zijn als we dat in Nederland ook op landelijk niveau regelen”, zegt een bestuurder van een zorginstelling. “Maar willen we daarop wachten? Misschien kunnen we er beter voor zorgen dat we het hier in de regio goed op orde hebben. Dan kunnen we daarna kijken of we aansluiting vinden bij landelijke initiatieven.”
Concrete plannen
Op deze manier gaan de overleggen nog even door. Er is één ding dat opvalt aan beide tafels: hoe meer mensen nadenken over dit scenario, hoe meer het besef doordringt dat zij nú iets moeten regelen om deze situatie straks aan te kunnen. Dus aan beide tafels worden afspraken gemaakt om concreet met dit thema aan de slag te gaan.
Muntenaar geeft aan dat dit precies is wat hij voor ogen heeft. “We weten in Nederland hoe we moeten handelen als er enkele gewonde soldaten terugkomen van een inzetgebied. Maar tijdens een oorlog zijn dat er wekelijks 100-tallen voor een langere duur. Daar hebben we nog geen ervaring mee. Het is met name het cumulatieve effect van de continu grote instroom die het gezondheidszorgsysteem ernstig zal belasten. Het is belangrijk om daarop voorbereid te zijn, want anders lopen we het risico dat ons gezondheidszorgsysteem volloopt. Het zal dan niet meer in staat zijn om de bevolking basiszorg te bieden wat een grote impact zal hebben op de weerbaarheid van de bevolking.”
Meer effecten
Bovendien verwacht hij dat een oorlog nog veel meer effecten heeft die tijdens de oefening nog niet eens besproken zijn. “Tijdens de oorlog in Oekraïne worden er ziekenhuizen gebombardeerd. Dat kan ons ook overkomen en dat betekent dat onze zorgcapaciteit fors naar beneden gaat. Bovendien zal tijdens een oorlog vrijwel iedere familie in Nederland geraakt worden, omdat een zoon of dochter, vader of moeder, neef of nicht als militair of als burger het land ondersteunt of in de krijgsmacht dient. Dat heeft impact. Het is belangrijk om als land ook daarop voorbereid te zijn.”
Muntenaar geeft aan dat we nu tijd hebben om die plannen te maken en ons voor te bereiden. Hij sluit af met het militair adagium: “Haast u als u tijd heeft, dan heeft u tijd als u haast heeft.”
Na de oefening blijkt dat er een behoorlijke bewustwording op gang is gekomen. De zorginstellingen gaan met actiepunten naar huis en hebben de mindset dat ze hier de komende maanden mee aan de slag moeten. Midden november gaan de zorgpartners uit de hele regio samen met Defensie een fysieke oefening houden. Dan moet blijken of de gemaakte plannen werkbaar zijn, en op welke punten er nog een finetuning nodig is.