Elske Marra en Michel Dückers openen het symposium
Elske Marra en Michel Dückers openen het symposium
Elske Marra en Michel Dückers openen het symposium
Elske Marra en Michel Dückers openen het symposium
Een langdurige crisis kan diepe, mentale sporen nalaten, zeker bij kwetsbare groepen. Hoe kunnen we als samenleving mentaal weerbaarder en veerkrachtiger worden, zodat we een volgende crisis beter aankunnen? En wat kunnen we daarbij leren van de coronacrisis? Deze vragen stonden centraal tijdens het symposium ‘Crisis en weerbaarheid', dat in december georganiseerd werd door het Netwerk GOR.
Het Netwerk GOR (Gezondheidsonderzoek bij Rampen) deed 5 jaar lang onderzoek naar de impact van de coronacrisis. Het belangrijkste doel was om hier inzichten en lessen uit te trekken voor de crises van de toekomst. Het netwerk GOR bestaat uit de GGD’en, GGD GHOR Nederland, het RIVM, het Nivel en ARQ Nationaal Psychotrauma Centrum.
“Dit onderzoek heeft een ongelofelijke hoeveelheid data opgeleverd", vertelt Elske Marra, programmaleider GOR bij het RIVM. Zij opent het symposium ‘Crisis en weerbaarheid’ samen met Michel Dückers, bijzonder hoogleraar crisis, veiligheid en gezondheid. “Dit symposium is te kort om alle resultaten te bespreken. Maar we kunnen er wel hoogover iets over zeggen.”
Bestaande kwetsbaarheden
Een belangrijke conclusie is dat een crisis de bestaande kwetsbaarheden vergroot. Dus mensen die al moeite hadden om rond te komen, kwamen door de coronacrisis veelal nog dieper in de financiële problemen. Ook de fysieke en mentale problemen die mensen al hadden, zoals eenzaamheid, namen tijdens de crisis toe.
“Die trend zien we ook bij de mentale klachten onder jongeren", zegt Elske. “Het aantal jongeren met angst- en depressieklachten nam al jarenlang gestaag toe. Tijdens de coronacrisis zien we een versnelde knik omhoog. Die trend is in Nederland én in de landen om ons heen goed zichtbaar. Het valt wel op dat de mentale gevolgen van een crisis het grootst zijn in de meest welvarende landen.”
Verhalen vertellen
Antropoloog Danielle Braun stelt in haar presentatie dat het vertellen van verhalen een goed recept is voor meer crisisbestendigheid en veerkracht. “Want mensen maken verhalen, maar verhalen maken ook de mens.” Ze legt allereerst uit waarom mensen elkaar verhalen vertellen. “Dat heeft alles met cultuur te maken. Cultuur bestaat uit de collectieve verhalen die we aan elkaar vertellen. Door deze verhalen scheppen we orde in de chaos.”
Ze vertelt dat onze cultuur er ook voor zorgt dat we sommige dingen gewoon weten. “We hebben ons vanochtend misschien wel afgevraagd: wat doe ik aan vandaag? Maar niemand heeft zich afgevraagd: doe ik vandaag wel iets aan? Door onze cultuur weten we hoe we hier in dit land met elkaar omgaan.
En dat is ook de reden waarom veel mensen tijdens de coronacrisis zo moe zijn geweest. Normaal gesproken doen we honderden handelingen per dag automatisch. Tijdens de coronacrisis moesten we daar plotseling over nadenken. De orde werd verstoord en daardoor raakt ons brein in paniek.”
Verhalen geloven
Cultuur betekent ook dat we allemaal in dezelfde verhalen geloven. “We geloven bijvoorbeeld allemaal in de waarde van geld. Maar tijdens de coronacrisis gingen we verschillende verhalen met elkaar delen. Er waren mensen die zich focusten op de slachtoffers en de coronacijfers. Er waren ook mensen die zich zorgen maakten, bijvoorbeeld over de veiligheid van de vaccins. Die verhalen botsten met elkaar. Daarom is het ongelofelijk belangrijk om de verhalen die er verteld worden tijdens een crisis te managen.”
Danielle laat een video zien van een Italiaans verzorgingstehuis dat erin slaagde om het verhaal goed te managen. Tijdens de lockdown trokken de verzorgers en bewoners zingend door de gangen, zwaaiend met Partizaanse vlaggen. “Dit verzorgingstehuis ging moeiteloos de lockdown in omdat ze inlogden op het Partizanenlied.”
Rolmodellen
De grote vraag is: wie vertelt in onze cultuur het verhaal? Wie vertelt ons wat gek is, en wat normaal? “Rolmodellen zijn daarbij erg belangrijk, want door onze spiegelneuronen kopiëren we hun gedrag bijna automatisch", zegt Danielle. “Dat betekent ook dat voorleefgedrag veel belangrijker is dan folders of beleid.”
Ze sluit haar presentatie af met een verhaal over de reddingsactie van de paarden van Marrum. In de nacht van 31 oktober 2006 kwamen zo'n 200 paarden vast te zitten op een klein eilandje (een kwelder) bij de Friese plaats Marrum. Het water om hen heen was niet diep. Ze konden daar gewoon doorheen lopen, maar dat durfden ze niet.
Reddingsactie
Er werd van alles gedaan om de paarden te redden. De landmacht werd ingezet, maar de paarden lieten zich niet forceren. Ook lieten ze zich niet lokken met brokjes en hooi. Uiteindelijk werden de paarden gered door de meiden van de plaatselijke manege. Zij liepen te paard het water in, naar de kwelder toe. Zo deden zij de opgesloten paarden voor hoe zij het vaste land konden bereiken. De paarden, die al een paar dagen vast hadden gestaan, volgden zonder enige twijfel en bereikten al na 15 minuten het vaste land.
De reddingsactie voor de paarden door 4 amazones in Marrum
Danielle: “De moraal van het verhaal is: ‘paarden vang je met paarden’. Ik zou daar graag aan willen toevoegen: ‘En mensen vang je met mensen'. Ook wij mensen laten ons niet graag dwingen, en we laten ons niet snel verleiden. Maar als het goede gedrag voorgedaan wordt, zullen we wel snel volgen.”
Weerbare samenleving
Na het plenaire gedeelte volgen er verschillende deelsessies waarin het onderzoek van het Netwerk GOR verder uitgediept wordt. Zo heeft ARQ Nationaal Psychotrauma Centrum onderzocht hoe we een samenleving kunnen opbouwen die beter bestand is tegen toekomstige crises. Het centrum heeft dat onder andere gedaan door dialoogsessies te houden met jongeren, volwassenen en ouderen, en door gesprekken te voeren met professionals.
Een belangrijke conclusie is: de samenleving wordt mentaal sterker door de sociale netwerken van mensen te versterken. “Het is in de eerste plaats belangrijk dat mensen hulp kunnen zoeken bij vrienden en familie", zegt onderzoeker Noortje Jansen. “Maar mensen die kwetsbaar zijn, hebben vaak geen groot sociaal netwerk. Je kunt hen helpen om hun netwerk te versterken door sociale interactie te faciliteren. Gemeenten of welzijnsorganisaties kunnen bijvoorbeeld vaste wekelijkse inloopmomenten organiseren in buurthuizen, bibliotheken of wijkcentra. Tijdens deze momenten kunnen bewoners zonder afspraak binnenlopen voor een praatje, advies of gewoon om onder de mensen te zijn."
Good practices
Noortje zegt bovendien dat het goed is om steunende gesprekken te stimuleren. Dat kan bijvoorbeeld door trainingen aan te bieden, of anonieme hulplijnen te openen. “De publiekscampagne die nu loopt tegen het uitsluiten van jongeren is daar ook een goed voorbeeld van.” Noortje legt uit dat het opschalen naar intensievere zorg pas stap 3 is. “Dat hoef je pas te doen, als uit de interacties blijkt dat er meer nodig is.” Ze zegt dat het bovendien belangrijk is om good practices met elkaar te delen.
Na deze inleiding volgt er een gesprek met de deelnemers in de zaal. Een van de vragen die gesteld wordt is: hoe bereik je mensen in kwetsbare posities? “Wij hebben tijdens de coronacrisis veel maatwerk geleverd", vertelt iemand. “We merkten dat dat beter werkt dan massacampagnes. We hebben daarvoor gebruik gemaakt van sleutelfiguren die de taal van de mensen spreken. Het is goed om daarin te investeren voordat het crisis is, zodat je deze mensen ook tijdens een crisis gemakkelijk weet te bereiken.” Zo worden er meer good practices gedeeld.
De mens
Ook is er tijdens het seminar tijd voor reflectie, bijvoorbeeld tijdens een panelgesprek. ‘Wat is de belangrijkste les die we van de coronacrisis hebben geleerd?’ vraagt de dagvoorzitter aan enkele panelleden. “We hebben ons tijdens de coronacrisis te veel gefocust op het bestrijden van de ziekte", zegt IJle Stelstra, voormalig directeur van het NIPV. “We hebben ons te weinig afgevraagd of het wel goed gaat met de mensen thuis. Bij een volgende crisis zouden we daar meer oog voor moeten hebben.” Het valt hem wel op dat hier net na de crisis veel geld voor beschikbaar is gesteld. Inmiddels zijn veel van die initiatieven weer wegbezuinigd.
Godfried Engbersen, emeritus hoogleraar algemene psychologie aan de Erasmus Universiteit, pleit voor het opbouwen van een sociale infrastructuur. “Tijdens de coronacrisis hadden we pas laat zicht op de maatschappelijke impact van de maatregelen. Met een goede sociale infrastructuur kunnen we direct beter in beeld brengen hoe het met de mensen gaat.” Hij noemt het opbouwen van deze infrastructuur belangrijk en ingewikkeld tegelijk, bijvoorbeeld door de enorme verscheidenheid aan gemeentes.
Sleutelfiguren
IJle zegt dat de coronacrisis ervoor gezorgd heeft dat er breuklijnen in de samenleving zijn ontstaan. Hij vraagt zich af hoe we ervoor kunnen zorgen dat die mensen weer aangehaakt raken. Godfried zegt dat er altijd mensen zijn die mensen in kwetsbare groepen nog weten te bereiken, ook tijdens een crisis. “Die mensen zijn aanwijsbaar. Veel mensen houden bijvoorbeeld vertrouwen in hun huisarts, ook tijdens een crisis. Je kunt hen vragen om de vertaalslag naar die groepen te maken. Het is wel belangrijk dat die sociale infrastructuur er al is, voordat de crisis begint. Je kunt het vergelijken met de infrastructuur voor data. Zo kun je hier tijdens een crisis gebruik van maken.”
Wil je meer lezen over het gezondheidsonderzoek van het Netwerk GOR? Alle informatie over de onderzoeken en de resultaten zijn terug te vinden op de website van het RIVM.